Still Life with Medals by P.C. Kramer, 1920

It is not so often that you find a still life with Dutch medals on it, let alone colonial medals. As it directly fits my Dutch East Indies medal collection I was quite happy when I was able to acquire this painting by the Dutch Artist P.C. Kramer.

Kramer is relatively well known and his work is shown in several Dutch museums as can be seen in the blog below. He lived between 1879 and 1940 and lived in Delft, I have not been able to find further details regarding his life. The painting discussed in the blog mentioned also hints at a background related to the Dutch East indies, like the medals in my painting.

On the painting the top row starts with a Medal for long and faithful service for NCO’s. The Dutch Expedition Cross is depicted twice, in the top row in the middle and the bottom row to the right. The top row ends with the 1873-74 Atjeh medal.

The Citadel Medal for the siege of Antwerp in the left corner is a bit unexpected next to the Expedition Cross.

It looks like the painter was not an expert in medals as they are shown in the wrong order in the top row, the Atjeh medal is upside down and the bottom row is a very unlikely combination. Combining this with his year of birth they were possibly family heirlooms.

thumb_IMG_5115_1024

thumb_IMG_5116_1024

Sources:

 

Bronzen Leeuw voor oorlogsvluchten in 1942 – C.J.H. Samson

 

 

Dit is een aangepaste versie van het artikel dat eerder in Decorare verscheen.

C.J.H. Samson

Carel Jan Herman Samson werd in 1916 in Soerabaja geboren als zoon van Carell Johan Remy Samson en Maria Pappolo. Zijn vader had een venduhuis in Lawang dat na het overlijden van zijn vader in 1934 voortgezet wordt door zijn moeder en de oudste broer. Anderhalf jaar overlijdt ook zijn moeder op maar 47 jarige leeftijd. Op 20 jarige leeftijd is hij dus wees. Met in totaal 5 kinderen in het gezin waarvan hij dus niet de oudste is zal er weinig geld geweest zijn voor een studie van Carel. In juni 1937 begint hij zijn dienstplicht die hij vrijwillig vervolgde bij de Militaire Luchtvaart van het KNIL in januari 1938 om daar naar de Vieger en Waarnemers school te Andir te gaan. Daar haalt hij in april 1938 zijn Klein Militair Brevet,  juni 1939 zijn Groot Militair Brevet en in januari 1940 zijn Waarnemers Brevet. In juni van dat jaar is zijn opleiding dan volledig afgerond en starten de 7 jaren van zijn “kort dienstverband”  met als rang vaandrig, aspirant officier, Vlieger-Waarnemer. De regeling is zo dat de eerste 5 jaren in werkelijk dienst worden doorgebracht en de volgende jaren als reservist. Hij wordt geplaatst bij de 2e vliegtuig groep te Malang, op Java waar hij in februari 1941 tot 2e luitenant benoemd wordt.

ML-KNIL en de Glenn Martins

De Militaire Luchtvaart van het Koninklijk Nederlandsch Indische Leger (ML-KNIL) ontstond als zelfstandig wapen in 1939 maar was in het begin van de oorlog tegen Japan eind 1941 nog niet op volle sterkte. Het bestond uit 5 operationele vliegtuiggroepen (VLG) waarvan de eerste 3 uit bommenwerpers bestonden en de laatste 2 uit jagers. De bommenwerpers vlogen vooral met de Glenn Martin model 139/166. Een toestel dat bij haar ontwikkeling in 1932 nog hypermodern was maar in 1941 al sterk verouderd en geen partij meer voor moderne jagers zoals de Japanse Mitsubishi Zero.

Samson was eind 1941, begin 1942 Patrouillecommandant bij de 1e afdeling van de tweede vliegtuiggroep (1-VLG-II) die te Malang op Java gestationeerd waren. Een patrouille bestond over het algemeen uit 3 vliegtuigen waarvan 1 vlieger de taak had van Patrouillecommandant.

De eerste vliegtuiggroep had 2 afdelingen, de tweede groep had maar 1 afdeling en de derde vliegtuiggroep had 3 afdelingen. Iedere afdeling vloog met 9 vliegtuigen, bij de drie bommenwerper groepen werd met verschillende versies van hetzelfde basismodel Glenn Martin gevlogen. In totaal waren er dus maar zo’n 45 bommenwerpers beschikbaar voor oorlogsvluchten waarvan natuurlijk ook continu een deeI in onderhoud was. Bij de vliegtuiggroep van Samson werd met het laatste type Glenn Martin gevlogen – Samson beschrijft deze zelf als type III.

Martin_166_bombers_ML-KNIL_over_Malaya_1942

Foto van Glenn Martins 139/166 tijdens een oorlogsvlucht (source wikipedia)

Oorlogsvluchten en strijd om Nederlandsch Indië

Het boek “”Het verlies van Java” van Dr. P.C. Boer geeft een uitstekende analyse van de geallieerde strijd tegen Japan eind 1941 en begin 1942. Het genoemde boek beschrijft ook in redelijk detail de vluchten die per dag uitgevoerd werden. De naam van Samson en zijn patrouille worden daar veelvuldig genoemd, hij werd door de schrijver ook uitgebreid geïnterviewd. Het gaat te ver om die detailinformatie hier integraal over te nemen maar voor geïnteresseerden beveel ik dit boek van harte aan. Daar valt bijvoorbeeld ook te lezen dat de patrouille Samson veel acties samen vloog met de patrouille Cooke uit de eerste Vliegtuiggroep. De naam Cooke is vooral bekend omdat hij de enige vlieger is die drie keer het Vliegerkruis verleend kreeg.

Samson zelf vulde na zijn krijgsgevangenschap een formulier invullen over de periode voorafgaand aan zijn gevangenschap. Dit document is bewaard gebleven en de volgende informatie is daarop gebaseerd:

Vanaf 5 december 1941 dus al voor de oorlogsverklaring tot 14 januari 1942 het uitvoeren van verkenningsvluchten vanuit Ambon, Kendari, Malang, Buitenzorg en, daarna enkele dagen niet operationeel (onderhoud). Vervolgens tot begin februari vanaf verschillende locaties lange afstandsverkenningen boven en ten zuiden van de Kleine Soenda eilanden.

In de periode die P.C. Boer in zijn boek beschrijft als de strijd om de luchtsuperioriteit, de eerste fase van de strijd om Java, voert hij vanaf vliegveld Kalindjati bombardementsvluchten uit op Palembang I, Pladjoe, schepen in de Moesie en in straat Bangka waarbij 1 Glenn Martin van zijn patrouille verloren is gegaan maar de bemanning heelhuids teruggekeerd is.

Daarna in de periode die P.C. Boer beschrijft als de strijd om Kalindjati, de eerste vier dagen van Maart voert Samson vanaf vliegveld Andir bombardementsvluchten uit op het vliegveld Kalindjati dat dus inmiddels in handen van de Japanners is. Daarbij gaat een Glenn Martin uit zijn patrouille verloren waarvan alleen de telegrafist het overleefd.

Van 4 tot 8 maart wordt de eindstrijd om de Tjiater pas gevoerd zoals P.C. Boer dit omschrijft en wederom voert Samson meerdere bombardementen uit. Op 8 maart in Tasikmalaja, de dag van de capitulatie worden de laatste – niet operationele – Glenn Martins vernietigd om te voorkomen dat ze in handen vallen van de Japanners. Het wordt ook de eerste dag van de krijgsgevangenschap van Samson en zijn collega’s, slechts één van alle Glenn Martins van de ML KNIL is nog operationeel en weet naar Australië te ontkomen.

Na 1942

Over de periode van Samsons krijgsgevangenschap is weinig terug te vinden behalve dat hij in Japan zelf gezeten heeft en daar op 28 augustus 1945 bevrijd werd en vervolgens op 26 september te Manilla geregistreerd werd. In oktober van dat jaar komt hij terug in Indië en gaat over naar No 18 Squadron. In juni 1946 wordt hij tot tijdelijk 1e luitenant bevorderd. Daarna volgen er in de periode van de politionele acties verschillende overplaatsingen, onder andere naar No 16 Squadron en vervolgens wordt hij hoofd van de Elementaire Opleidingsschool afgekort als EOS (onderdeel van de Centrale Vliegschool, afgekort als CVS). Zijn Bronzen Leeuw wordt op 1 september 1948 uitgereikt. In 1949 wordt hij nog benoemd tot Kapitein in de reserve en in 1950 wordt hij gedemobiliseerd.

thumb_IMG_4142_1024

Brevetboekje van Samson uit 1948 met Vlieger Waarnemer wing KNIL

Bronzen Leeuw

De Bronzen Leeuw (BL) werd in 1944 ingesteld als dapperheidsonderscheiding, na de Militaire Willemsorde de hoogste dapperheidsonderscheiding in het toenmalige en huidige Nederlandse decoratiestelsel. Het is in praktische zin de opvolger van de Eervolle Vermelding op het Ereteken voor Belangrijke Krijgsverrichtingen dat dan al niet meer in gebruik is en de vervanger van de wel in gebruik zijn de  Eervolle Vermeldingen op het Bronzen Kruis (1940), Kruis van Verdienste (1941) en Vliegerkruis (1941), dit gebeurde in totaal 135 keer. Het standaardwerk Bronzen Leeuw / Bronzen Kruis van Henny Meijer is een belangrijke bron van informatie over deze onderscheiding. Tussen 1944 en 1962 werd de onderscheiding 1206 keer uitgereikt, waarvan 1 keer aan een vaandel en 8 mensen ontvingen de BL voor een tweede maal. Van de 1206 werden er 336 verleend aan geallieerden, 62 aan de Koopvaardij en 119 aan burgers (voornamelijk verzet). De Militaire Luchtvaart van het KNIL ontving 23 Bronzen Leeuwen waarvan 16 voor de strijd tegen Japan in 1941/42.

In en direct na de oorlog werd een Engels aanmaak van de onderscheiding uitgereikt zoals in het geval van Samson. De ophanging is ongebruikelijk. Deze versie werd door Garrard gemaakt. Later komen er ook versies van de Rijks Munt.

Hier de tekst uit de benoeming: “Heeft zich in de strijd tegenover de vijand door het bedrijven van bijzonder moedige en beleidvolle daden onderscheiden door als commandant van een patrouille bommenwerpers, onder moeilijke omstandigheden vele malen, in de maanden Februari en Maart 1942, op onverschrokken wijze succesvolle bomaanvallen uit te voeren op belangrijke doelen, t.w. op Muntok, op schepen in de straat Bangka, op vliegveld en olievelden Palembang en op vliegveld Kalidjati, waarvan bekend was, dat zij door een overmacht van vijandelijke jachtvliegtuigen en door zwaar afweervuur werden verdedigd.”

thumb_IMG_4141_1024

Medailleset op het nette tenue (jaren 60) met ingewoven vlieger-waarnemer wing

Na 1950

Na zijn aankomst in Nederland wordt hij aangenomen bij de Koninklijke luchtmacht. Waar hij in 1952 instructeur op de Harvard wordt. In 1954 wordt hij benoemd tot Majoor en twee jaar later volgt hij de opleiding tot Helikopter vlieger. In 1957 volgt hij de cursus tot leger vluchtwaarnemer en in 1968 een advanced weapons cursus bij SHAPE. Tot zijn pensioen in 1969 volgt nog de benoeming tot Luitenant-Kolonel. Vanaf 1950 zijn er veel plaatsingen bij de verschillende vliegbasissen in Nederland maar ook bij de Luchtmachtstaf. Toch lijkt het zwaartepunt van zijn militaire carrière bij de eerste jaren te liggen, in de naoorlogse jaren is hij vooral betrokken bij de opleiding van nieuwe piloten. Na zijn pensionering haalt hij nog de benodigde burger brevetten zowel voor particulier als commercieel piloot. Over de periode tot zijn overlijden in 1993 heb ik geen informatie gevonden.

Samson in dagelijks tenu (jaren 60?) met wing en lintjes. Daarnaast zijn DT uit de periode voor zijn pensioen met lintjes en metalen wing. Leren gedrukte nametag met wing – in dit geval de gewone vink en niet de Vlieger-Waarnemer, misschien is die niet gemaakt in deze vorm?

Bronnen:

  1. Meijer, H.G. (1990), Bronzen Leeuw, Bronzen Kruis. Amsterdam, Nederland: De Bataafsche Leeuw
  2. Boer, P.C. (2006), Het verlies van Java. Amsterdam, Nederland: De Bataafsche Leeuw

Prof. Dr. Krieger part 2 – breaking the Japanese code…

In the 1930s Japanese influence in Asia was expanding and felt threatening for most Western powers in the region. The Dutch with their presence in the Dutch East Indies were part of this fear. The actual extend of the threat would finally become clear with the start of the war against the Japanese from Pearl Harbour onwards.

In these 1930s the Dutch Military Intelligence already worked on breaking the codes the Japanese used for their international communications. What I was not aware of when I wrote my blog about some artifacts from the Krieger collection (read it here: https://erikscollectables.wordpress.com/2017/03/31/the-krieger-collection-tsubas-and-netsuke/ ) is that Dr. Krieger actually was part of this effort!

thumb_IMG_4692_1024

A collecting friend has several items in his collection that relate to this subject and he brought this fact to my attention. It is even mentioned in the book by Robert Haslach about the subject. The dutch Naval officer Nuboer asked for the help of Krieger (also a former Naval officer!) in his effort in breaking the Japanese codes in 1934. Nuboer would eventually be successful in his efforts! You can read some more about him here http://resources.huygens.knaw.nl/bwn1880-2000/lemmata/bwn4/nuboer

The friend has in his private collection a Naval uniform of Nuboer and a tropical suit that belonged to Krieger. Here some pictures of the Nuboer uniform.

How Nuboer and Krieger came into contact is not yet clear and subject of further research I want to do. What is clear that the help of a former Naval officer with extensive knowledge of the Japanese and their language was valuable to the Dutch Forces.

This was formalized in 1937. Henri Koot, the head of military intelligence requested his official help. Krieger would become, next to his job as Curator of the Asian department of the Leiden Ethnographical Museum, member of the General Staff of the Army in The Hague. His work would only end after the German occupation in 1940. Due to the secrecy of the job and the subsequent war little is known about this period but it will also be subject of further research!

krieger

So even a blog that starts out to be about artifacts and their provenance an unknown (to me) military history link appears, synchronicity?

Sources:

nishi_no_kaze_hare.png

 

The Krieger Collection – Tsuba’s and Netsuke

For a long time I have been very interested in Japanese applied arts, netsuke, inro and tsuba’s mainly. Although I stopped collecting such items actively I still recently bought these 4 items from a friend.

kriegerThe provenance wat too interesting to let them pass by. The friends grandfather was Professor Dr. C.C. Krieger. He collected these items in the first half of the 20th century when he was the Conservator for the Department of Japan, China and mainland Asia in what today is the Ethnographical Museum (Rijksmuseum voor Volkenkunde) in Leiden. He held this position from 1927 up to his retirement in 1949.

In 1935 he became Dr in the Japanese language and the same year he became professor in the same subject at the Utrecht University. In 1947 he was promoted to special professor (bijzonder hoogleraar) in the art history of the Far East including the Japanese language which he held upon his final retirement in 1954, aged 70.

thumb_IMG_4692_1024

About 20 years before I had already received his fountain pen as a gift for my collection. Being a specialist in the Japanese language and art he obviously wrote with a luxurious Japanese pen. It was Dunhill-Namiki, a cooperation between the famous London retailer of smoking utensils Dunhill and the Japanese pen company of Namiki (Pilot). These Namiki pens are famous for the lacquer (maki-e) of high quality and also were made by famous artists. Dunhill retailed them in the Western world. In this case the pen was used intensively. It is a rare pen as a size 20 (the biggest they made apart from the jumbo size 50) in a period that watches and pens were still small in general. A very appreciated gift and still one of my favorites!

His extensive collection of Japanese art was divided between his 3 children, amongst which the mother of my friend. She held on to the inheritance and after her death her two daughters inherited the collection and I was happy to gain these 4 objects from his original collection.

Sources: https://profs.library.uu.nl/index.php/profrec/getprofdata/1188/147/183/0

 

Chris Navis: from WW2 resistance hero to post war secret agent?

OK this is a stretch for me as a researcher. I like to stick to facts only. Not that I cannot enjoy a nice conspiracy theory related movie or book but for historical publications it is not my “thing”. In this case I have a working hypothesis that may raise some eyebrows.

What I will do is state facts that have been published before. The limitation to facts is difficult in this specific case as the most relevant archives have either been destroyed or will not be open to public for a long time to come. So I will add some interpretation of information as well. Anything that is not a fact comes in the last part of the article and is clearly stated as such!.

So please read and judge for yourself and if you have facts to add please feel free to contact me!

This story is about some paper materials from the estate of Chris Navis. Some I bought, others I received as a gift through a collecting friend (thanks again Henk-Willem) in 2010. The materials came on the market when a house was cleared out, probably that of the late Chris Navis. The stack of papers were very diverse. Before the war Navis was an officer. During the war he had an important role in the Dutch resistance against the German occupation. And after the war he was an officer again, now in the Dutch East Indies. The papers cover a period from the late 1930s into the 1950s and relate to different themes. From congratulations upon his receipt of the US Medal of Freedom with Palm but alos buying an officers saddle and some strange papers that are the reason for this article.

thumb_IMG_4674_1024

For his work in the resistance he received the Military Order of William 4th class (MWO4). The highest Dutch decoration for (military) bravery. A true rarity and one of my main research interests. So reason for me to be very happy with this paperwork that I  am now the custodian of.

His citation for the MWO4 is an interesting but somewhat difficult text, even in my native Dutch, so I have tried to translate it here to the best of my ability:

“Has distinguished himself during the German occupation by showing excellent deeds of courage, conduct and loyalty by, from August 1941 to September 1944 at first for a paramilitary resistance group and so for the Interior Forces (Binnenlandse Strijdkrachten, the national resistance), fully independently and across the country with great risks as a consequence of frequent enemy infiltration and because he was wanted by the Gestapo, to make and activate the indispensable contacts for the building of the interior military resistance. Due to his uncommonly great experience and critical insight has been able on multiple occasions during his dangerous travels and meetings to barely escape arrest, and on the other hand has been able to warn many for imminent threats and thereby diminishing the vulnerability of the internal connections within the underground resistance.

Thereby and specifically by his outstanding conduct he has highly contributed to the building of a widely extended and safe resistance, that contributed in the fields of espionage and sabotage and other important services to the allied warfare,

Despite his seriously detoriated health as a consequence of his restless activity, tension and starvation, he completed in September 1944 an important mission by moving south and make contact with the Commander of the Interior Forces, the Intelligence Service and the Chief of Staff of the Military Authority.

He was an example of the never selfsparing spirit of resistance.”

Stay Behind network in the Netherlands – not Gladio!

Gladio is a name that rings a bell to many people. Few know exactly what it was but it became a synonym for all Stay Behind networks in Europe. In fact it was the name of the Italian Stay Behind organization that received very negative publicity. Similar Stay Behind networks in other countries also received a negative name due to this and often were wrongfully attached to the same name. I will discuss some basic information regarding the Dutch Stay Behind organization here. My text is based on both the academic and the state publication mentioned in the sources so “facts” not “conspiracy theory” as there seem to be many of these as soon as the Gladio name comes up. These publications only mention names of the leadership of the related organizations who already have passed away and whose names were already known to the public. Names of other members for as far as they have been archived were secret and remain so.

After WW2 the fear for another war was widespread both in Europe and in the US and the risk of a war with Russia was seen as realistic. Experiences in Europe with the resistance, espionage and counter espionage (such as the infamous Englandspiel that caused many casulties) had a strong impact on the steps that would be taken as a precaution for that anticipated war.

As early as 1946 the Dutch Intelligence community started with, what later would be known as, the Stay Behind organization that would be active up to 1992. Most of that period the existence was largely unknown to the general public and kept out of the papers.

In 1946 a main person of the Dutch resistance Dr. Henk Veeneklaas (also knight MWO4!) contacted Prince Bernhard as head of the Interior Forces regarding the forming of a Stay Behind network. The Prince brought him in contact with L. Eindhoven the head of Dutch Intelligence who was soon convinced of the use of such a network. The network would, in case of an occupation by presumably the Russians, be the foundation of the new resistance, espionage and sabotage. No such organization was in place at the start of the German occupation despite plans to do so dating from before the war. The complete resistance, communication etc. had to be organized during the war from scratch by people like Navis. They dis so with great personal risk and with many casualties in the process.

Veeneklaas was backed by the Dutch Minister President of that moment and started the training of new agents for this new organization. For the organization he sought mainly agents and instructors that had participated in the resistance in occupied Holland. The organizations official name would, like its Anglo-Saxon counterparts,  be an acronym I&O, for Intelligence and Operations (Inlichtingen en Operaties).

Chris Navis – I&O /Stay Behind agent or instructor?

The above mentioned characteristics would have made Navis a very fitting candidate for a role as agent and/or instructor in the new I&O / Stay Behind organization. Reading his MWO4 citation he was an accomplished agent during the war with loads of actual experience that only a few survivors could boast and on top of that a military background and training.

The names of the agents and instructors of this organization are still secret today and unfortunately most documents were destroyed and not archived so the question of who were part of the I&O organization may never be fully answered.

But there are some documents in this group of papers that caught my interest. To be honest I did not know what to think of them at all until I started reading about the Dutch I&O / Stay Behind organization a few years later.

My working hypothesis is that Navis was an agent/instructor in the I&O organization

So from here onward it is speculation, based on a few documents that were part of this larger group of papers. No  hard facts but only circumstantial information!

So let’s start with reviewing some of these papers. First two small letters signed by a person named Van Eyk. They indicate some sort of working relationship that existed between March 30th 1951 and February 2nd 1953.

IMG_4680

IMG_4679

The first is the planning of an appointment. The second letter states that this Van Eyk is sorry for the loss of energy spent by both sides (he indicates the receipt of a letter, probably a resignation) but that the content of the statement made on March 30, 1951 (the date of the meeting in the first letter) will unabated be applicable to him. 

Ok any significance? Maybe. Van Eyk was the alias Veeneklaas used during the WW2.. Based on the Pivot report (see sources) he continued to use this name during his role in the post war Stay Behind operation. So is the Van Eyk of these letters Dr. Veeneklaas or is the name just a coincidence? And what is the statement Navis will be held to, one of secrecy?

And than the typewritten text below:

“You will sit on the given date at 20.00 hrs in the 2nd class restaurant of the Central Station in Utrecht. In front of you on the table you will have a copy of ELSEVIER while you are reading a copy of LIFE yourself, of which the cover will be clearly folded outward.

You will be spoken to with the words “Have you been waiting here long?” on which you will reply “four minutes”.

You will use an alias.”

img_4681.jpg

Ok any significance? Maybe. The text is not for a normal meeting I would say. And it is not a wartime text either as LIFE was not available in German occupied Holland. It sounds like a secret agent type of meeting. Maybe training? If I had found this paper outside of this Navis collection I would haveprobably  laughed about it because of this stereotype spy text. Maybe not so stereotype yet in the 1950s?

Next two letter covers. Of what they exactly are I have no clue.

Ok any significance? Maybe. What I found interesting is that both were sent from Utrecht Central Station. The location of the meet up above. And who sends letters from a Railway Station anyway? Not the most regular location. You write a lettercover with a typewriter (at home or in an office) and then you carry it to the railway station to send it away? It is a neutral location in a big city so not traceable, very spylike again?

IMG_4682

And what is going on with the material of these envelopes? Made of maps? Wartime surplus stock maps recycled? I honestly do not know. I do know I have not seen such covers before or after and none of the other period covers in the group are like this or have a railway station stamp.

IMG_4684

And finally a 4 page questionnaire with the most amazing questions. Way to much to translate but with questions that I cannot place in any regular environment apart from a secret organization. And the heading is clearly very organized too.

A quotes from the starting text:

“The information you will give will be considered secret and be viewed by 2 persons only, namely the boss of the organization and the memeber of the staff that will review if you are qualified for the service and for the task that you will recieve there. This information is also aimed at use in the case of operational circumstances”

The organization – without naming it that is peculiar, right? Secret and only viewed by 2 people, that does not seem to be for a regular job interview? And what are operational circumstances? After that loads of questions regarding military service and resistance work like below:

39. have you in any way done resistance work. if so in which form and when.

40. in which special operations have you, in regard to this, had experience (courier/espionage/sabotage/coding/falsifying papers etc)

Questions about personality, spouse and her personality, family etc etc. totaling to 125 separate questions.

Conclusion?

No conclusion – but my working hypothesis remains that Navis was a member of the I&O / Dutch Stay Behind organization in the 1950s.

His wartime experience would have made him an ideal candidate, the timing fits with the building up phase of the I&O organization and these additional papers seem to hint at such a type of organization. Together they make it a distinct possibility. And so far no facts have come to light to dismiss the hypothesis…..

What do you think? Do let me know!

Sources:

 

Historical riddle – Dutch officers on the eastern front in WW1?!

This is adaptation and translation of an article I published in Decorare in 2011

What is this?

After finding the photo that is the theme of this blog I saw myself confronted with something impossible. Dutch military officers among a group of Austro-Hungarian soldiers, so probably on the eastern front in the first Worldwar?

As you may know the Netherlands were a neutral country during the first worldwar (and they tried, unsuccesfully, to do the same in the second worldwar – but that is a different story). Surrounded by warring countries the war had a great impact on the Netherlands but there was no military participation of any kind so the big question that arised is: what is the story of this photo?

The photo had a Hungarian text on the back that helped to shed some light on this. It can be translated as follows: Dutch officers visiting Lieutenant Colonel Safrán. So the Dutch are not participating but visiting the front and we know whom they were visiting, a good starting points for further research.

mm

Timeframe established!

Like most countries the Austro-Hungarian army also published rank lists with information on officers, these are a great source of information. During peacetime the lists (thick books) are almost perfect but during war time with rapid promotions, casulaties and all kinds of unregular changes they become less and less trustwothy. Nevertheless I could find (with the help of some research friends) that he was promoted to full Colonel in November 1917. So the photo must be from before that date. Another clue is the uniform the Dutch officers are wearing – it was only introduced in 1916 so the period is between 1916 and the end of 1917.

Study tours to the frontlines

Why would Dutch neutral officers visit the front of a war they are not part of? Well the First Worldwar changed the face of warfare in a shocking way. A neutral country could not learn from their own experience what this impact was. The only way to learn is by studying the experiences of others. So in that direction goes the second part of the research. There is only one publication on this subject written by Sven Maaskant. He states that between 1914 and 1920 approximately 60 tours were made by Dutch officers to study the effects of the war and the impact for the Dutch armed forces. After some research I succeed in contacting Maaskant and mail him a copy of the photo. He instantly recognized one of the Dutch officers. It is Lieutenant-Colonel T.F.J. Muller Massis who was the Dutch military aide to the Dutch embassies in Germany and Vienna between 1916 and 1920.

With that information he also can determine the specific trip out of the 60. Only one trip fits the participants, timeframe and location. It is a study tour to the Austro-Hungarian front that was made between June 25th and July 31st 1917. The four participants were: Colonel D.G. van der Voort Maarschalk, Lieutenant-Colonels T.F.J. Muller Massis and E.M. Carpentier Alting and Captain W.J. van Breen.

Carpentier Alting, an officer of the Dutch East Indies army is not in this picture, did he make it or was there another reason for his absence? The tour would have been organized by Muller Massis in his capacity of military aide in Berlin and Vienna. An officer that would raise to the rank of General and commander of the Dutch field army from 1922 until his pension in 1928 after which he would become a member of parliament untill 1948.

In 1933  Muller Massis donated a collection of helmets and gasmasks of different countries that participated in the war to the Dutch National Military Museum. He wrote about this: “The object were picked up by me during the visits I made to the battlefields. Further I still have the German gasmaks that was supplied to me in my function as military aide in Germany and that I wore on several fronts.”  The donation also held his collection of Austro-Hungarian distinctives. These are the so called “Kappenabzeichen”, unofficial badges worn on the military caps by Austro-Hungarian troops which he collected during these trips. On the picture in question can be seen that the 3 Dutch officers al wear such insignia on the left breast of their uniform.

What is the unit in the photo?

Some research on the Hungarian officer in the pictures gives the specific unit, the 10th Honved (Hungarian territorial army) Infantry Regiment (HIR) which was part of the 39th Honved Infantry Division which is confirmed by a “Kappenabzeichen” on the breast of one of the Dutch officers which is of this division.

mm5mm2Wy this unit?

In March 1917 the 39th HID waged a very signifact battle against Russian troops on the realively new Rumanian front in which the 10th HIR of which Safrán was the commander played an important role. The entire unit was used as Stormtroops. The use of Stormtroops was a new military development of the Germans that was quickly adopted by their Austro-Hungarian allies. These troops were used mainly to force breaktroughs in the stallmate of trenchwarfare and new tactics and weapons were deployed by them. They were the first to get handgrenades and machine guns but also helmets and gasmasks which were not widely spread yet with the Austro-Hungarian army. They can be seen as an early variation of Special Forces within the army, receiving addtional training and equipment in comparison with the regular infantry.

The entire action of the 39th division would literally become a textbook example for the Hungarian (Ludovika) officers academy of a Stormtroop attack. In the fight for Hill 1504 (Magyaros near the Uz river) there were hardly any Austro-Hungarian casulaties but the Russians sufferend hundreds of casulaties and a multitude of were taken as Prisoners of War. A good reason for a visit of Dutch officers to learn from this example attack only a few months later especially a good promotion for the Austro-Hungarian army that struggled with its performance in other places.

From hypothesis to proof

The Dutch Institute for Military History has the archive of Muller Massis that also contains his (formerly SECRET) report from September 1917 on the “Commission sent to visit the Austro-Hungarian fronts”. It is a sort of diary of the trip with several appendices on specific military themes. In his reports he also describes how they received “Kappenabzeichen” as gifts. Here some translations relevant to this article:

“July 3rd.
With this regiment we learned 
for the first time about regimental and other insignia
which were attached to the headwear.  
As momento of our visit to the 
von Hindenburg regiment we each received
a similar badge with a in white metal
portrait of the “Inhaber” or owner
surrounded by a wreath of laurels and a ribbon 
in enemal with the years 1914, 1915 and 1916
and the words v.hindenburg K.u.K. Inf. Reg. Nr. 69.”

That same badge is depicted below and is still part of the collection of the Dutch National Military Museum today.

073149_jpg_1920x0_q85

The report also confirms date and location of the photo.

“July 7th.
    Guided by several officers
we visited the first line of defense of the 10th
Honved regiment, wich line was a very short
distance away from the enemy line. Here
also the hostilites had not commenced again
which even made it possible to get in front of the trenches.
After visiting some trenches of neighbouring 9th Honved regiment,
we walked down to the customs office
The starting point of a forresttrain (waldbahn) to Rumania.
from here we went back to the headquarters of the 39th division.

Without the mentioning of Safrán in the text we can date the picture to July 7th 1917. Most information was already completed when the confirmation in the form of the original report was found. This shows that with thorough research it is possible to determine much valuable information.

In order to do this I had help from several other researchers, many thanks to my friends in making this article possible!

Sources:

 

Opa’s en de oorlog: van onderduiken en persoonbewijzen

Een speciale blog, in het Nederlands, voor Tibor en groep 8 van OBS De Border

Wat weet je eigenlijk van je overgrootouders en wat die in de oorlog hebben meegemaakt? Waarschijnlijk leven ze inmiddels niet meer dus de vraag is of ze veel verteld hebben aan je opa’s en oma’s, die de oorlog misschien zelf al niet meer meegemaakt hebben.

Ik onderzoek historische thema’s en schrijf artikelen en blogs en werk mee aan boeken. Toch als ik naar mijn eigen opa’s kijk (de overgrootvaders van Tibor) dan weet ik erg weinig. Eén opa heeft in de meidagen van 1940 meegevochten tegen de Duitsters, hij was gemobiliseerd als dienstplichtige. De andere opa was ondergedoken in de oorlog, de broer van deze opa zat bij het leger (KNIL) in Indonesië (toen Nederlands Indië) en heeft tegen de Japanners gevochten en daarna aan de Birma spoorweg gewerkt en in de Japanse kampen gezeten. Mijn oma en mijn moeder (toen 5 jaar) moesten in 1944 vanwege de slag om Arnhem (de “brug te ver”) vluchten uit hun huis in die stad en te voet naar familie in Apeldoorn – terwijl opa ergens ondergedoken zat. Ze kwamen terecht op de boerderij van de ouders van de ondergedoken opa. Op de boerderij was er genoeg te eten en eigenlijk was de oorlog er bijna niet te merken.

Zo heeft iedere familie zijn eigen “oorlogsverhalen” en het lijkt misschien alsof je best veel weet. Als je dan verder gaat onderzoeken blijk je soms toch weinig te weten. Waarom was opa ondergedoken? Waar zat hij tijdens de oorlog eigenlijk en hoe heeft hij alles overleeft. Niemand die nu nog leeft kan het vertellen. En de andere opa waar heeft die gevochten? Op de Grebbeberg misschien? En de broer van opa, wat deed die eigenlijk in het Indische leger en wat heeft hij gedaan tijdens de Japanse aanval? Hoe heeft hij de ontberingen van het kamp kunnen doorstaan? Allemaal verhalen die verloren gegaan zijn. Na de oorlog wilden ze het er niet meer over hebben en vooral aan een betere toekomst werken.

Zo kom je als onderzoeker ook verhalen tegen waar je met je onderzoek gewoon vastloopt en je niet meer verder komt. Dit is zo’n verhaal waar ik hoop toch nog ooit het precieze verhaal op te kunnen schrijven….

Drie persoonsbewijzen en wat foto’s….

Een vriend komt ze brengen, gevonden in een boekenwinkeltje. Hij weet dat ik dit soort dingen interessant vind dus hij heeft ze gekocht.

Wat kan dit zijn? Persoonsbewijzen zijn in de oorlog door de Duitsers ingevoerd. Het was zo gemakkelijk om te controleren wie je bent net zoals nu met een ID bewijs. Dat was lastig als je “illegale” dingen wilde doen of niet met de Duitsers wilde samenwerken. Als je niet kon laten zien wie je was werd je direct opgepakt en opgesloten. Daarom wilde het verzet, ook wel de illegaliteit genoemd, valse persoonsbewijzen hebben. Soms gemaakt van echte persoonsbewijzen met bijvoorbeeld een andere foto erop en soms ook volledig nagemaakt.

Zo’n vals persoonsbewijs was dus belangrijk voor bijvoorbeeld Joodse mensen om ervoor te zorgen dat ze niet naar de concentratiekampen hoefden. Ze kregen dan een nieuw vervalst Persoonsbewijs waar niet de grote letter J van Jood op stond. Dan waren ze relatief veilig. En mensen in het verzet van wie de echte naam bekend was bij de Duitsers hebben ook een andere naam nodig en dus een ander persoonsbewijs.

pb

Wat is dit? 

Drie persoonsbewijzen met steeds dezelfde foto maar een hele andere naam en ook een andere Gemeente. Een drieling met verschillende namen? Nee de kleding is ook echt hetzelfde dus het moet wel dezelfde man zijn. Als onderduiker of Jood heb je aan 1 vervalst persoonsbewijs genoeg en het hebben van 3 geldige persoonsbewijzen is zelfs gevaarlijk omdat het dan direct duidelijk is dat er iets niet klopt. Jullie hebben toch ook niet 3 geldige paspoorten met verschillende namen?

Het verzet, het kan bijna niet anders toch? En als onderzoeker wil ik dan meer weten. Wie is de man en wat heeft hij gedaan in het verzet? Op de persoonsbewijzen staat natuurlijk niet zijn echte naam. En op de foto’s staat ook niets geschreven. Maar de foto’s helpen wel. Het is te zien dat hij een officier in het leger was. En hij deed mee aan de internationale militaire vijfkamp – een soort van olympische spelen voor militairen. Dat levert me uiteindelijk zijn naam op. Met die naam is ook zijn militaire carrière als officier te achterhalen en zijn medailles zijn terug te vinden:

Zijn naam is G. Struijs en hij is geboren in 1911. Voor de oorlog is hij reserve officier: reserve 1e Luitenant der Artillerie per 1 jan 1937. Na de oorlog doet hij dienst in Indonesië als officier: hij wordt reserve Majoor der Artillerie per 1 nov 1949. Tijdens zijn dienst als officier en voor zijn verzetswerk kreeg hij de volgende medailles:

– Vijfkampkruis NOC
– Bronzen NOC medaille
– Oorlogsherinneringskruis met gesp ‘Nederland Mei 1940’
– Ereteken voor Orde en Vrede met 3 gespen
– Officierskruis XX
– Verzetsherdenkingskruis

Het verzetsherdenkingskruis bestaat sinds 1980 en werd alleen gegeven aan mensen die in een verzetsgroep gezeten hebben. Dit bevestigt natuurlijk het vermoeden dat hij in het verzet gezeten heeft. Ook blijkt hij in de oorlog gevangen genomen te zijn door de Duitsers is in het NIOD archief terug te vinden. De persoonsbewijzen hebben hem dus niet helemaal kunnen redden en misschien had hij wel een 4e persoonsbewijs bij zich toen hij gepakt werd? Hij heeft vastgezeten in in Scheveningen en in diverse kampen in Duitsland. Die gevangenis in Scheveningen had als bijnaam “Oranjehotel” omdat daar veel verzetsmensen werden vastgezet. En het verzet was natuurlijk voor ons Koningshuis, de Oranjes en niet voor de Duitsers.

En dat is de huidige stand van het onderzoek. Zo snel als ik weer een stap verder ben zal ik het arikel updaten of een deel 2 uitbrengen…

Maar misschien is het tijd om eens met je opa en oma te gaan praten (als je ze nog hebt) en vragen wat zij en hun ouders meegemaakt hebben in de oorlog? Zo kun je een stukje geschiedenis bewaren, zeker als je het ook opschrijft voor later! Een goed idee voor een werkstuk?

Bronnen:

Historical items and their stories by Erik